Aeneas Silvius Piccolomini, Memoires van een renaissancepaus
De autobiografie van Pius II.
Ingeleid, vertaald en geannoteerd door Ike Huber met een woord vooraf door dr. A. van Heck.
Oorspronkelijke titel Pii II Commentarii rerum memorabilium que temporibus suis contigerunt. Uitgeverij Voltaire te ’s Hertogenbosch. 256 pagina’s, € 24,90. ISBN 9058480615.
De Commentarii van Aeneas Silvius Piccolomini (1405-1464) vormen een kleurrijk verslag van de missie, macht en misère van de auteur, die als Pius II paus was van 1458 tot 1464. In deze memoires wordt niet alleen het beeld geschetst van een door goddelijke hand geleide kerkelijke vorst die na de Val van Constantinopel het christendom meende te moeten vrijwaren voor de mohammedaanse dreiging door de gehele westerse wereld te motiveren voor een kruistocht tegen de Turken, en van een welbespraakt en intelligent humanist die zichzelf en zijn medemens kritisch doch niet verstoken van gevoel voor humor analyseert, maar ook dat van het sociaal-politieke klimaat van het toenmalige Europa, van de voortdurende oorlogen tussen de Italiaanse stadstaten en van de uitbundige levenswijze in hogere kerkelijke en wereldse Romeinse kringen aan het begin van de Renaissance, waar exuberantie, nepotisme en intriges de sfeer bepaalden.
De inhoud van Piccolomini’s verhandelingen over de belangwekkende gebeurtenissen van zijn tijd is zeer divers: van Italiaanse en andere Europese steden met hun monumenten en van exotische bevolkingsgroepen met hun (gebrek aan) zeden, via winterse voettochten over de Alpen, een schipbreuk op de Noordzee, helse ritten te paard over de natte crete van Toscane tot het arrangeren van koninklijke huwelijken, het excommuniceren van onverbeterlijke wanbetalers, het kiezen van een paus in de latrines, gekonkel bij concilies, schaamteloze vriendjespolitiek en het bouwen van een eigen renaissancestad (Pienza). In twaalf boeken – waarvan de eerste twee nu voor het eerst in het Nederlands zijn vertaald – beschrijft Piccolomini dit alles in een levendige stijl vol geestige observaties, uitgekiende redevoeringen, subtiele toespelingen en onthullende dialogen.
In het Eerste boek, dat de periode (1404-1458) beschrijft vanaf Piccolomini’s geboorte tot en met zijn verkiezing tot paus, komen vooral situaties en avonturen aan bod die het leven in verschillende delen van het vijftiende-eeuwse Europa – in wereldse en kerkelijke kringen – aangaan. Piccolomini reisde toen namelijk als gezant van een aantal machthebbers, onder wie de Duitse keizer Frederik III, van hof naar hof en van concilie naar concilie, waarbij hij de nodige geografische en sociale obstakels moest zien te overwinnen.
In het Tweede boek beschrijft Piccolomini voornamelijk hoe hij – inmiddels (1458) paus geworden onder de naam Pius II – reizend van Rome naar het concilie te Mantua door Midden- en Noord-Italië vele Italiaanse steden aandoet; hij verhaalt van de historie en monumenten van steden als Siena, Florence en Bologna, en vergast zijn lezers onder andere op pikante details over de plaatselijke vorsten en het leven aan hun hof, waarbij hij zijn voor- en afkeuren niet onder stoelen of banken steekt. Het Tweede boek laat zich, wat de hoofdstukken die aan de verschillende steden zijn gewijd, lezen als een toeristische gids voor fijnproevers.
Woord vooraf door dr. A. van Heck
In Toscane, niet ver van Siena, ligt een klein, vriendelijk, maar toch vooral voornaam stadje; weinigen kennen het: Pienza is de naam. Zo heeft het niet altijd geheten; ooit stond het bekend als Corsignano.
Daar werd in 1405, nu dus zeshonderd jaar geleden, uit het adellijk geslacht Piccolomini een zoon geboren die vernoemd werd naar zijn grootvader Enea en zijn vader Silvio, Enea Silvio dus, namen die direct herinneringen oproepen aan de geschiedenis van het oude Rome.
Enea bleek gezegend met alle kwaliteiten die een grote carrière mogelijk maakten: hij was intelligent, een scherp jurist, maatschappelijk geëngageerd, en daarbij buitengewoon bekwaam in het hanteren van de Latijnse taal, in woord en geschrift. Kortom: hij was door de muzen gekust. Kerkelijke en wereldlijke gezagsdragers namen hem graag in hun dienst: als secretaris van pausen en vorsten genoot hij bekendheid tot ver buiten zijn vaderstad. Aanvankelijk als leek, later als priester, bisschop en kardinaal speelde hij een belangrijke rol in het Europa van zijn dagen tot hij in 1458 geroepen werd om onder de naam Pius II de Stoel van Sint Pieter te Rome te bezetten. Het jaar daarop, in 1459, keerde hij na jaren van afwezigheid terug in Corsignano. Op 22 februari, feest van Sint Pieters Stoel, las hij er in de oude parochiekerk de mis, aan het slot waarvan hij meedeelde, dat hij besloten had ter plaatse een nieuwe kerk, nu de Dom, en een paleis te bouwen, en nog veel meer: hij zou Corsignano een nieuw aanzien geven, en ook een nieuwe naam, Pienza, dit is stad van Pius.
En die stad viert nu feest: de zeshonderdste verjaardag van haar stichter. En op een verjaardag komen er vrienden. Met geschenken.
Een geschenk, en waarachtig niet het geringste, wordt aangedragen door Ike Huber. Bij haar kwam het verlangen op Pius’ grootste en beroemdste geschrift, zijn Commentarii, uit het Latijn in het Nederlands te vertalen. Geweldig werk, naar omvang en naar moed. Niet eerder is dit aangedurfd. Moge het de lezer evenveel genoegen schenken als de vertaalster ervoer bij de uitwerking van haar voornemen.
A v H